shutterstock_161206034.jpg
shutterstock_160532405.jpg
shutterstock_119123845.jpg
shutterstock_85766329.jpg
shutterstock_71147521.jpg
shutterstock_160783451.jpg
shutterstock_160532405.jpg
shutterstock_136701113.jpg
shutterstock_89050804.jpg
shutterstock_84301705.jpg

Tags

Grenzen aan onze groei?

supermanny.jpg

Vandaag is het 3 januari. Velen van ons hebben weer een optimistisch begin gemaakt met het uitvoeren van goede voornemens. Die voornemens hangen vaak samen met wie we eigenlijk willen zijn, met de ambities die we willen realiseren of het leven dat we willen leiden. Ook ik wil ieder jaar weer graag geloven dat me in het komende jaar gaat lukken wat me nog nooit eerder gelukt is, ook al bevestigt onderzoek iedere keer opnieuw dat de meeste goede voornemens tijdens de jaarwisseling na een maand al gesneuveld zijn. Dit stukje gaat echter niet over de vraag waarom dit zo is of hoe we dit wellicht toch kunnen voorkomen. Ik zou daarentegen eens willen stilstaan bij de vraag of we in principe wel kunnen transformeren tot degene die we willen zijn. Of lijkt de beste versie van onszelf eigenlijk heel erg op wie we al lang waren....

Onlangs was ik bij een lezing van Dick Swaab naar aanleiding van zijn laatste boek "Ons creatieve brein". Naar aanleiding van een van de vragen uit het publiek reageerde de auteur met de opmerking dat "..sommige psychologen menen dat onze volwassen hersenen over een grote mate van plasticiteit beschikken maar daar heb ik ernstige twijfels bij." In zijn opvatting is de basis voor ons professionele en persoonlijke succes rond ons 24e levensjaar wel zo'n beetje vastgelegd in onze hersenen. Hierna kunnen we nog wel dingen leren en nieuwe kennis opdoen of ons gedrag wat beter reguleren, maar ons karakter ligt dan grotendeels vast. En volgens Swaab bepaalt dit grotendeels samen met ons IQ en nog wat andere factoren de richting van en grenzen aan onze mogelijkheden.

Een van de psychologen voor wie deze neuroplasticiteit juist de kern vormt van haar theorie over hoe we het beste uit onszelf kunnen halen, is Margriet Sitskoorn. Sitskoorn toont in haar eerder dit jaar verschenen boek "IK2, de beste versie van jezelf" aan hoe onze hersenen regelmatig speelbal zijn van de omgeving waardoor wij gehinderd worden in het bereiken van onze doelen en niet zo succesvol zijn als we zouden willen. In haar boek geeft ze adviezen over hoe deze hindernissen (meestal zaken die ons afleiden van ons doel) het hoofd te bieden op basis van een door haar ontwikkeld programma EFFECT. Let wel, Sitskoorn zegt hiermee niet dat ons karakter niet vastligt maar wel dat dit onze mogelijkheden niet hoeft te beperken.

Ook moest ik direct denken aan Angela Duckworth die het belang van grit (vertaald als een "combinatie van volharding en passie") voor het behalen van "grootsheid" onderstreept. Ze verwijst daarbij naar wetenschappelijk onderzoek waarbij aangetoond is dat jongeren die over grit beschikken het later beter doen op allerlei gebied. Op basis hiervan benadrukt ze het belang van een stimulerende omgeving voor kinderen en jong volwassenen. Ze geeft aan dat grit wellicht deels aangeboren is en daarnaast op basis van ervaring wordt ontwikkeld maar ze gaat niet in op de vraag tot welke leeftijd deze ontwikkeling mogelijk is. Wel is ze stellig in haar bewering dat het bezit ervan op volwassen leeftijd hét verschil maakt.  Sitskoorn merkt hierover op dat het EFFECT programma een positieve invloed heeft op grit en suggereert hiermee dat onze mate van grit niet vastligt maar ook op latere leeftijd nog te sturen is. Dit laatste wordt echter nog niet door onderzoek ondersteund. We weten dus eigenlijk alleen maar dat grit belangrijk is en dat het deels genetisch vastligt en op jonge leeftijd verder kan worden ontwikkeld. We weten dus (nog) niet of het onderdeel is van je karakter  of dat je dit later in je leven nog kunt ontwikkelen.

Interessant is dat Swaab een neurowetenschapper is, Sitskoorn een neuropsycholoog en Duckworth een graad in de neurobiologie heeft. Alle drie auteurs beschikken dus over de nodige kennis over de mogelijkheden van onze hersenen. Waar het om een  weergave van de feiten gaat ontlopen ze elkaar ook niet veel: ze vertellen in principe hetzelfde over wat het wetenschappelijk onderzoek naar de hersenen tot nu toe heeft opgeleverd. Ieder van deze auteurs probeert ons echter een totaal andere boodschap mee te geven. Waar Sitskoorn vooral zegt "yes you can, mits je maar de juiste dingen doet om geen speelbal van je hersenen te worden", beweert Duckworth dat het vooral aankomt op het ontwikkelen van volharding in een activiteit waar je gepassioneerd mee bezig kunt zijn en is het volgens Swaab vooral van belang om een omgeving te zoeken waarin je het best tot je recht komt maar zijn je kansen op grootsheid na je adolescentie wel zo'n beetje in kaart gebracht omdat je karakter dan min of meer vastligt.

Het verwarrende is dat ze alledrie overtuigend zijn op hun eigen manier. Swaab vooral door zijn gedegen feitenkennis en logisch betoog, Sitskoorn bovendien door haar aansprekende praktische aanbevelingen en Duckworth daarbij door de uitgebreide beschrijvingen van de levens en de ervaringen van succesvolle mensen. Echter geen van drieën baseert zich op wetenschappelijk onderzoek rond de specifieke vraag: kunnen volwassen mensen de structuur van hun hersenen zodanig beïnvloeden dat ze dingen kunnen bereiken die eerder niet binnen hun mogelijkheden leken te liggen?

Dit doen ze niet omdat dit onderzoek er simpelweg niet is. Het wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen onze hersenstructuren en ons gedrag concentreert zich vooral op experimenten in het hier en nu. Dit type onderzoek toont aan hoe onze hersenen reageren op omgevingsinvloeden en hoe dit proces zich vertaalt in gedrag zoals bijvoorbeeld een aankoop doen, een keuze maken of een beslissing nemen. Kennis over de relatie tussen onze hersenstructuren en ons gedrag op langere termijn vraagt echter om complex, grootschalig longitudinaal onderzoek en dit staat nog in de kinderschoenen.

Dit weerhoudt hersenwetenschappers en psychologen er voorlopig niet van uitspraken te doen over wezenlijke zaken zoals onze vrije wil en onze ontwikkelingsmogelijkheden. Ze gebruiken hierbij zeer aannemelijke logische argumenten maar bij gebrek aan overtuigend empirisch bewijs (voor zover dat al mogelijk is) blijven ze met elkaar in debat en spreken ze  elkaar op onderdelen soms heftig tegen. Wat ze gemeen hebben is dat ze allemaal enigszins op de zaken vooruit lopen.

Natuurlijk luisteren de meesten van ons - en al helemaal iedereen die zich beroepsmatig met leren en ontwikkelen van volwassenen bezighoudt - het liefst naar mensen als Sitskoorn en Duckworth en laten we de deterministische boodschap van Swaab liever links liggen. En dat doen we vooral ook omdat we weten dat het geloof in eigen ontwikkeling in belangrijke mate bijdraagt tot persoonlijk welzijn. Omgekeerd weten we ook dat als mensen niet meer geloven dat hun inspanningen zin hebben, ze depressief kunnen worden of nog erger. Dit weten is gebaseerd op decennia oud psychologisch onderzoek naar het verschijnsel 'learned helplessness' maar is ook diep geworteld in onze westerse cultuur, gegeven spreekwoorden als 'hoop doet leven'.

Toch zou ik ervoor willen pleiten open te blijven staan voor de mogelijkheid dat we onszelf misschien minder, of wellicht op minder gebieden, kunnen transformeren dan we denken en hopen. Dat is een beetje vloeken in de kerk voor sommigen en ik heb dan ook geaarzeld om dit op te schrijven. Als we echter meer weten over de mogelijkheden én grenzen van onze persoonlijke en professionele ontwikkeling, kunnen we onszelf en anderen ook gerichter en dus effectiever helpen. In de boodschappen van Sitskoorn en Duckworth schuilt veel hoop en optimisme en daar kunnen we geen genoeg van krijgen. Swaab wijst ons echter vooral op de compassie die we zouden moeten hebben voor degenen die we zijn in plaats van degenen die we willen worden. En daar is misschien ook iets voor te zeggen.

By: Carine Metselaar
 

Date: 1:37 pm on January 3rd, 2017

Share this page: